4 mei 2018

De boekenkast van Özcan Akyol

boekenkast van“Jan Cremer is een geestverwant”

De boekenkast is niet zelden een afspiegeling van iemands identiteit, denken en voorkeuren. Dat geldt ook voor schrijver, columnist en presentator Özcan Akyol. Want naast een riant aantal herdrukken van zijn succesvolle debuut ‘Eus’ vertoont de boekenkast een grote variatie: het schiet van Charles Bukowski en Céline naar Herman Koch en Jan Cremer. Met zijn vriendin en twee kinderen woont Özcan Akyol, Eus voor intimi, in een fraai appartement in de Deventer binnenstad. Het uitzicht op de eeuwenoude Brink met de terrassen is verlokkelijk, maar niet voor hem: “Ik ben een kluizenaar en waardeer de ligging. Het betekent rust en biedt anonimiteit. Voor mij een ideale combinatie. Ik hou niet van menselijk contact, alhoewel ik mij realiseer dat zoiets een rare contradictie is in relatie tot mijn werk.”

Levensles

Het is snel gegaan: zijn eerste roman werd met gejuich ontvangen, net als zijn tweede, het veelbesproken boek Turis. Als columnist, tafelheer bij DWDD en programmamaker – De neven van Eus – zijn zijn naam en reputatie gevestigd. Als jongetje praatte hij al veel en graag en waren zijn verbeelding en fantasie groot. “Maar niet in deze vorm. Dat is pas later ontstaan. Ik heb altijd alles zelf gedaan, zelf de studie moeten betalen. Dat is een goede levensles, dan snap je dat dingen niet vanzelfsprekend zijn. Ja, geldingsdrang was er wel. Dat vuurtje is aangewakkerd en heeft diep in mij postgevat.”

Deventernaar

De schrijver/columnist oogt serieus, deelt zijn humor maar met weinig mensen. En ook zijn columns brengen zelden een lach op het gezicht. “Dat hangt af van het podium waar ik word gevraagd. Vaak gaat het om actualiteit en dus conflictsituaties. Dat is toch serieus.” Hij voelt zich in eerste instantie Deventernaar, is fan van Go Ahead Eagles. “Dit is mijn geboortestad. Ik waardeer de historie van Deventer, de sfeer en de mensen. Pas in de tweede plaats ben ik Nederlander.”

Geestverwant

De woonkamer maakt overduidelijk dat er kindjes zijn. De jongste, Baran, bezorgt hem gebroken nachten. “Dat is de reden dat ik vier boeken op mijn nachtkastje heb, waar ik nog niet aan toe ben gekomen.” Het is vooral ‘professioneel lezen’. “De boekenkast is een mix van historische en oude literatuur en hedendaags werk. Schrijvers kunnen levens veranderen. Dat is bij mij een aantal malen gebeurd. Bijvoorbeeld door het boek van Lex Kroon ‘Ik lach om niet te huilen’.” Voor menigeen geen boek voor in een strandstoel. Dat geldt voor een flink deel van het uitgestalde oeuvre, dat bijvoorbeeld Kafka, Knausgard, Wassermann omvat. Geen licht voetig werk, net als Tonio van A.F.Th. van der Heijden. En dan is er het opus van Jan Cremer. “Hij is een geestverwant en ik vereenzelvig mij met hem. Hij komt ook uit een arbeidersklasse. Een geest die niet altijd onafhankelijk was, maar wel onafhankelijk werd. Door hem durfde ik meer mezelf te zijn.” Inmiddels schrijft Akyol aan zijn derde boek. Het is hard werken, besluit hij: “Ik ben nog niet tevreden en daar moet je ook geen genoegen mee nemen. Het moet meer en beter. Want hoe groter het stadion hoe beter ik ben.” ⬦

Benieuwd naar het magazine? Klik dan hier.

Terug naar Nieuws