16 augustus 2017

Duurzaamheid: “het gebouw van de toekomst als tijdelijke opslagplaats van materiaal.”

In gesprek met ondernemer en ontwikkelaar Gerard Schröder over hergebruik, circulaire economie, duurzaamheid en energiebesparing. Dit artikel verscheen eerder in WIT Business 1-2017.

De vastgoedsector kan niet meer om duurzaamheid heen. Bouwondernemer en projectontwikkelaar Gerard Schröder uit Almelo gaat daar ver in. Zijn projecten zijn een lichtend voorbeeld van duurzaamheid en energiebesparing. Wat hem betreft is het nog slechts een voorbode van een volgende revolutie in de bouw. Een gesprek over hergebruik en circulaire economie. “Ik zie het gebouw van de toekomst als tijdelijke opslagplaats van materiaal.”

“Duurzaam ondernemen. Dat geeft mij energie.”

 

Gerard Schröder bouwde met Magna Porta een landmark voor Almelo. Maar het kantoorgebouw is meer; namelijk het bewijs dat met duurzaam bouwen niet alleen een stevige energiebesparing gerealiseerd kan worden maar ook een rendabele exploitatie. Inmiddels heeft hij met Park Phi in Enschede dat nog eens duidelijk bewezen. En zijn jongste project, het nieuwe kantoorgebouw van Sensata in Hengelo, is al helemaal een magnus opus van duurzaamheid: nagenoeg volledig herbruikbaar, van bouwmateriaal tot bureaustoelen en met een energiebesparing van zo’n zeventig procent.

De bouw is conservatiefgerard schroder
Zijn kantoor op de bovenste etage van Magna Porta, met een adembenemend uitzicht over het Almelose achterland, is bezaaid met bouwproducten, installatiematerialen, etc. Producten met een duurzame toepassing. Zoals gerecyclede spijkerbroeken, waarmee wanden bekleed kunnen worden. Het is duidelijk: Gerard Schröder zet zijn pelgrimage voor duurzaam bouwen onverminderd voort. Dat begon al toen hij zijn succesvolle bouwmanagementbureau nog had: “Op een gegeven moment denk je: wat overkomt ons? Zure regen, de ozonlaag, opwarming. Ik heb toen een andere kijk op de bouw gekregen. Dat was nog bouwnijverheid en veel minder een industrie. Er was angst om te vernieuwen. Als je bouwelementen kant en klaar aanleverde, zou het dan wel passen op de bouwplaats? De bouw is conservatief. Co2 vrij of arm bouwen, daar was men nog niet aan toe.”

Inmiddels is bouwen met prefab-elementen gewoongoed. Maar niet voldoende, vindt Schröder: “Ons land ligt vol met gasleidingen, maar verbranden van fossiele brandstoffen is eindig. We moeten dus naar een situatie waarin we Co2 neutraal koelen en verwarmen. Dat kan door het toepassen van warmtepompen en warmtekoudeopslag. Dat vraagt nog altijd een beetje energie maar je bespaart zeventig procent energie dus is er minder uitstoot.”

Alles recyclebaar
Hij realiseerde dat met Magna Porta, die genomineerd werd voor de NET-trofee (Nationale Energie Toekomst trofee). Een bewijs dat het kantoorgebouw voldeed aan hoge duurzame eisen. Dat gold ook voor Park Phi in Enschede, waar Schröder nog een stap verder ging. Bijvoorbeeld door liften te installeren die energie opwekken en daarmee 43 procent zuiniger zijn. Park Phi kreeg van de Dutch Green Building Councel een BREEAM Excellent keurmerk. Met het nieuwe kantoor van Sensata, begin dit jaar opgeleverd, is hij nog verder gegaan: vanuit een collectorveld wordt elke dag 2,4 miljoen liter water rondgepompt waarmee het klimaat Co2-neutraal wordt geregeld. Er is een revolutionair beton toegepast. Er zijn zonnepanelen en van vloer tot dak, van kantinestoel tot vergadertafel is alles recyclebaar. Goedkoop is duurzaamheid niet, zegt Schröder: “Het is duurder, maar op termijn verdien je de investering terug. Want de besparing in energie is zo groot dat het exploitabel wordt.” Eraan toevoegend ‘dat nog niet iedereen zo denkt’.

Circulaire economie
“We moeten inzien dat de lineaire economie ten einde loopt: de delfstoffen raken uitgeput. We moeten hergebruiken en dus naar een circulaire economie. Ook in de bouw. Ik zie het gebouw van de toekomst als een tijdelijke opslagplaats voor materiaal. Je bouwt het, gebruikt het en als het niet meer wordt verhuurd, demonteer je de elementen die je, net als Mecano, weer elders in elkaar zet.” Dat had een kwart eeuw geleden al moeten gebeuren, vindt hij: “We hebben nu in Nederland tussen de vijftien en zeventien miljoen vierkante meters leegstand. Er zijn genoeg partijen die huisvesting willen, maar dan wel in duurzame gebouwen. Je moet als ontwikkelaar die duurzame gebouwen realiseren, want je wilt voorkomen dat je huurders zich ergeren aan een hoge energierekening of dekwaliteit van de klimaatregeling en weglopen. Maar een kwart eeuw geleden werd daar door investeerders en bouwers niet over nagedacht.”

Niet snel genoeg
Dat duurzaam bouwen inmiddels in de sector is doorgedrongen, doet Schröder deugd, maar het moet verder: “Ook leveranciers van bouwmaterialen moeten mee. Bij het produceren van beton komt veel Co2 vrij. Twee R Recycling in Hengelo heeft een methode waardoor je vijftig procent van het beton kunt hergebruiken. Vervolgens hebben we daar een geopolymeer aan toegevoegd waarmee kanaalplaten zijn geproduceerd. Deze zijn gebruikt bij de bouw van het Sensata-kantoor. Revolutionair, want niet eerder vertoond in deze toepassing.” Maar voor Gerard Schröder stond het bij voorbaat vast: “Wat we kunnen bedenken moeten we toepassen. En dat gaat mij nog altijd niet snel genoeg, er moet nog veel gebeuren. Maar de angst regeert en men is bang voor het onbekende. Ja, in dat opzicht gooien wij met onze projecten wel een steen in de vijver. Alleen laten opdrachtgevers zich leiden door architecten, constructeurs en aannemers. Daarom zijn wij onze eigen opdrachtgever geworden.”

Alleen glasvezel
Schröder denkt naast kantoorgebouwen ook na over woningen. “In het huis van de toekomst komt maar een leiding binnen: glasvezel. Het is volledig energieneutraal: met een elektrische auto waarvan de batterij ook gebruikt wordt voor de stroom in huis. Met zonnepanelen, warmtepomptechniek, een kleine windmolen en accu’s voor de opslag van energie.”

Herontwikkeling oude gebouwen
Inmiddels staat hij voor de volgende uitdaging: het voormalige complex van Texas Instruments. Hier moet een terrein met 17.000 vierkante meter gebouwen worden herontwikkeld. Geen sinecure, sommige gebouwen stammen van net na de Tweede Wereldoorlog. Welke transformatie het gebied zal ondergaan, kan nog niet worden gezegd. Een ding is zeker: het gaat voldoen aan alle eisen en innovaties op het gebied van duurzaamheid. Want Gerard Schröder blijft zijn pelgrimage voortzetten en zijn boodschap verkondigen. “Maar of ik een pelgrim ben? Nee hoor, gewoon een simpele Tukker met een passie voor duurzaamheid. Dat geeft mij energie.”

Tekst: Erwin Gevers
Fotografie: Gijs van Ouwerkerk

Dit artikel verscheen eerder in de WIT Business 1-2017.
Klik op de cover om de hele editie door te bladeren.
wit business 1-2017

Terug naar Nieuws